Op de koffie bij...

Michiel Janssens - leerkracht & zelfstandig boomverzorger

Door Evy Mettepenningen

De Odisee stand op Agriflanders werd dit jaar druk bezocht. Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt vonden heel wat bedrijven de weg naar onze desk, op zoek naar werkwillige agro- en biotechnologen. Maar uiteraard hebben we ook heel wat alumni gezien, waaronder Michiel Janssens, die de beurs die dag met zijn leerlingen kwam bezoeken.

Michiel studeerde bij ons af in 2020 in de richting groenmanagement en is nu, naast zelfstandig boomverzorger en tuinaannemer, leerkracht bij de Broederschool, Biotechnische en Sport, in Sint-Niklaas. Toch maakte deze drukbezette alumnus en fervent bomenliefhebber graag even tijd om met ons terug te blikken op zijn tijd bij Odisee en hoe het hem sindsdien vergaan is.

Michiel Janssens

Van de (hoge)schoolbanken meteen het werkveld in

“Na mijn studies kon ik meteen terecht bij mijn stageplaats Regionaal Landschap Schelde en Durme voor vakantiewerk. Ik kon er vijf weken meewerken aan een arbeidsintensief proefproject om houtig erfgoed te inventariseren: oude bomen in het landschap gaan opmeten, hun leeftijd inschatten en daar dan een beheer aan koppelen. Het Regionaal Landschap had gevraagd of ik interesse had te blijven na mijn stage, maar jammer genoeg kwam er niet meteen een vaste positie vrij. Uiteindelijk heb ik na mijn afstuderen maar twee weken zonder werk gezeten. Ik had mij ondertussen ingeschreven bij de VDAB om werk te zoeken en kreeg, na vele telefoontjes van tuinaannemers op zoek naar personeel, de vraag om een maand lang een vacature in te vullen op de tuinbouwschool in Sint-Niklaas, waar ik zelf ook gezeten heb.” Die maand is uiteindelijk een vast contract geworden en ondertussen werkt Michiel nog steeds op de Broederschool.

Dromen van bomen

Michiel is gepassioneerd door bomen en had al meteen na zijn studies zijn zinnen gezet op een extra diploma als European Tree Worker. Dat gaf hij ook aan bij de VDAB, wat hem meteen gegeerd maakte bij heel wat bedrijven in de groenmanagementsector. Uiteindelijk koos hij toch voor de job bij de Broederschool: “Ik dacht, oh ja, dat is toch maar voor een maand, dat zal ik dan maar eens proberen. Als ik het niet fijn vind, dan ben ik weg, hè? Maar dan bleek dat lesgeven eigenlijk toch wel heel plezant te zijn (lacht)”.

Bovendien viel deze job goed te combineren met zijn extra opleiding als boomverzorger bij Inverde: “In januari 2021 ben ik begonnen met de opleiding en meteen ook als zelfstandige in bijberoep. Ik wou sowieso verder in de boomverzorging, dus vroeg of laat zou het er toch van moeten komen om als zelfstandige aan de slag te gaan. Bovendien was het financieel ook interessant, omdat ik dan gebruik kon maken van de KMO portefeuille om de cursus deels te financieren en mijn aankopen van materiaal ook kon inbrengen. Dat scheelde toch een pak in de kosten.”

Extra opleidingen bij de vleet

De opleiding tot boomverzorger was niet de enige opleiding die Michiel opstartte in het jaar na zijn afstuderen. Aangezien het snel duidelijk werd dat onderwijs ook zijn ding was, was het onvermijdelijk dat hij ook meteen de lerarenopleiding zou opstarten. Die opleiding moest hij immers starten binnen de vijf jaar na zijn aanstelling en is ook nodig om vast benoemd te kunnen worden. Daar was hij aanvankelijk echter niet zo enthousiast over: “Vroeger in het middelbaar heb ik daar nog wel aan gedacht, aan een job in het onderwijs, maar aan de hogeschool dacht ik: daar ga ik nu niet meer aan beginnen. Ik wist dat ik daarvoor nog een lerarenopleiding moest doen en daar had ik helemaal geen zin in (lacht).”Uiteindelijk is dat toch vlotjes gelukt via een LIO traject: “LIO staat voor leraar in opleiding, dan kan je studeren en lesgeven tegelijkertijd. Je moet ook geen stage doen, want de uren in je job tellen als stage. Ook je lesvoorbereidingen kan je in de opleiding integreren. Zo wordt de opleiding korter en ook minder intensief. Je hebt geen officiële stage, maar een aantal grote opdrachten die je moet toepassen in het werkveld.”

Bevlogen leerkracht

Al die opleidingen vielen wel moeilijk te combineren met een voltijds rooster op de tuinbouwschool, waardoor Michiel zijn opdracht moest reduceren. “Ik geef ondertussen zo’n 70% les. Ik geef 20 lesuren, maar omdat het praktijkuren zijn, moet je meer lesuren hebben om aan een voltijdse te komen dan iemand die alleen theorie geeft. Op termijn is het wel de bedoeling dat ik opnieuw voltijds ga werken op de tuinbouwschool.” En daar is hij zeker niet rouwig om: “Door het even te doen heb ik ingezien dat het echt mijn ding is om les te geven. Het geeft veel voldoening als die leerlingen oprecht geïnteresseerd zijn in iets wat jij hen probeert bij te brengen. Dan hoor je die vierdes praten over wat ze eventueel zouden doen, verder studeren, iets in de landbouw of tuinbouw… Het is fijn om dan je eigen ervaringen te kunnen doorgeven, wat je zelf geleerd hebt, en te merken dat ze daar echt in geïnteresseerd zijn. Ik had vroeger ook leerkrachten waar ik naar op keek en nu zijn er die leerlingen die naar jou opkijken. Uiteraard niet allemaal, maar toch… (lacht). Het is een sector die mij echt wel ligt.”

European Tree Worker

Maar zelfs een voltijdse job in het onderwijs zou Michiel graag blijven combineren met zijn bijberoep in de boom- en tuinwerken: “Het is voornamelijk in het weekend dat ik dat doe, en in de schoolvakanties. Sowieso alle zaterdagen en nu ook nog een dag in de week omdat ik dan geen lessen heb. Maar als ik naar een voltijdse in het onderwijs ga, dan zal mijn bijberoep enkel voor het weekend zijn.”

Michiels volgende doelstelling is zijn diploma te halen als European Tree Worker: “Daarvoor is het belangrijk dat ik nu veel praktijkervaring opdoe. Je hebt heel wat zelfvertrouwen en kennis nodig om dat tot een goed einde te brengen. Ik heb een collega die recent European Tree Worker geworden is en die is al zes of zeven jaar zelfstandig. Tijdens het examen krijg je maar een heel beperkte tijd om een bepaalde opdracht uit te voeren, dus moet het allemaal van de eerste keer goed gaan, volgens de juiste procedures, ook op vlak van veiligheid. Als je begint te twijfelen, dan verlies je te veel tijd en merken ze meteen dat je nog niet capabel bent om European Tree Worker te zijn. De meesten zijn dus wel al een paar jaar zelfstandig of werken al een tijdje voltijds als boomverzorger voor ze meedoen aan het examen.”

Boomverzorger in bijberoep

“Het European Tree Worker diploma is vooral een kwaliteitslabel. Als je dat hebt, dan mag je ook openbare werken doen, voor steden of gemeenten, als die bijvoorbeeld een opdracht uitschrijven voor het onderhoud van bomen in een stadspark. Ik kan mij voor die opdrachten ook inschrijven, maar dan moet ik wel garanderen dat ik een European Tree Worker in onderaanneming heb die dan de controle heeft. In mijn huidige zelfstandige job doe ik vooral tuinonderhoud. In de sector begint de boomverzorging heel hard op te komen, hoewel het nog niet zo bekend is bij particulieren. Ze vragen vaak aan een tuinaannemer om hun bomen te komen verzorgen in plaats van aan iemand die daar specifiek voor opgeleid is. In het onderhoud is er ook heel veel werk, die boomverzorging is er nu beetje bij beetje aan het bij komen. Nu ik de cursus gevolgd heb, beginnen collega’s mij voor de boomverzorging soms mee te vragen als ze zelf niet gespecialiseerd zijn of een extra man nodig hebben. Zo kom je weer bij verschillende mensen terecht en leer je ook weer van alles. Dat is altijd interessant. Het is ook niet zo’n grote wereld eigenlijk.”

“In de sector wordt vaak samengewerkt. Als ik een hele tuin moet leeghalen en opnieuw moet aanleggen, dan vraag ik daar iemand voor mee die daar meer in gespecialiseerd is, bijvoorbeeld om opritten aan te leggen of een tuinplan uit te tekenen. Ik wil fatsoenlijk werk afleveren: ik kan wel een tuin ontwerpen, maar ik ken mensen die dat beter kunnen en dan neem ik hen liever onder de arm. Dan winnen we er allebei aan. En als de tuinarchitect dan eens een boomverzorger nodig heeft, dan zal hij beroep doen op mij omdat hij ook een professional wil voor zijn werk.”

Boomverzorger worden was een logische keuze voor Michiel, die zijn liefde voor bomen niet onder stoelen of banken steekt, al zijn er wel wat risico’s aan verbonden: “Als ik ging kijken voor mijn verzekering, en ze hoorden dat het niet alleen ging over tuinonderhoud, maar ook over boomverzorging, dan ging mijn premie ineens maal twee. Vanaf het moment dat je bomen gaat snoeien en vellen, zijn er meteen stevige verzekeringen aan verbonden. En dat gaat dan alleen nog maar over burgerlijke aansprakelijkheid, dus over de schade die je berokkent aan iemand anders. Voor je eigen schade moet je dan ook zien dat je een goede hospitalisatieverzekering hebt. Omwille van die risico’s in het heel belangrijk dat je een goede opleiding volgt.”

Groenmanagement bij Odisee als logische keuze

Dat Michiel in de groenmanagementsector zou terecht komen, was snel duidelijk: “Van in het middelbaar was het mij al vrij duidelijk wat ik zou doen. Ik heb nog eventjes getwijfeld om tuinarchitectuur te doen, maar ik ben totaal niet creatief of heel goed in tekenen en die dingen. Dan dacht ik dat het beter zou zijn om daar eens een cursus voor te volgen, waarin ik mij gewoon kon amuseren en waaraan geen verplichtingen vastzitten, zoals je aan een hogeschoolstudie wel hebt. Dus vanaf het vijfde middelbaar was ik al vrij zeker dat ik groenmanagement zou volgen. Ook aan Odisee, omdat ik in Sint-Niklaas woon, dus was het logisch om naar hier te komen en niet naar Gent of Geel te gaan voor bijna dezelfde richting.”

“Eens bij Odisee, vond ik vooral het eerste jaar moeilijk, met veel algemene vakken die niet direct mijn ding waren. Vooral chemie, en eigenlijk alle niet-groenmanagement vakken, waren niet echt waarvoor ik kwam. Ik had verwacht dat het sneller meer gespecialiseerd zou zijn. Dat was dan ook niet zo’n heel goed jaar eigenlijk. Ik heb wel wat herexamens gehad, maar dan toch doorgezet in augustus. Vanaf het tweede jaar echter kwam ik met veel plezier naar school. We trokken er heel vaak op uit en we mochten ook veel zelf projecten uitwerken. Na het eerste jaar had ik dan ook geen herexamens meer.”

“Voor mijn thesis heb ik gewerkt op het project internet of trees, waarbij sensoren bomen monitoren. Ja, alweer bomen (lacht). Het was een heel interessant project, waar ook wel veel statistiek bij kwam kijken met veel gegevens die verwerkt moesten worden. Ik kon voor mijn literatuurstudie weer veel lezen over bomen, dus vond ik het wel zeer boeiend. Ik heb het wel in tweede zit moeten doen, omdat ik het anders niet afkreeg, maar ik wou er echt wel mijn tijd in steken.”

Jobs voor het rapen?

“In de tuinsector, als je zelfstandig wil worden of gespecialiseerd bent -zoals ik- in boomverzorging, komen ze je bij wijze van spreken halen om te werken. Vanuit de VDAB kreeg ik ook vaak de vraag om arbeider te worden bij de groendienst of bij een bedrijf dat met groenarbeiders werkt. Voor een functie als ploegbaas echter vragen ze toch al gauw vier à vijf jaar ervaring. Het duurt ook vaak een tijdje eer dergelijke jobs vrij komen. Als je eerder geïnteresseerd bent in een bureaujob, dan kan het wat langer duren om een geschikte functie te vinden. Als ik net lesgaf, dan kwam er een vacature vrij aan de provincie voor specialist natuur- en groenbeheer, maar dat was met examenrondes en daar kwam toen 50 man op af. Dergelijke jobs zijn minder evident om te bekomen. Je moet je al geluk hebben dat er ergens geld wordt vrijgemaakt voor een project, of dat er iemand uitvalt die je dan kan gaan vervangen. Onlangs had ik ook nog een vacature gezien bij het INBO om grondstalen te nemen en daarop analyses te doen, maar dat was dan ook maar een project voor anderhalf jaar. Er komt alleszins heel wat kijken bij bos- en natuurbeheer, bijvoorbeeld voor het beheer van het Zoniënwoud, daar zit een serieus team achter. In de opleiding hebben we zowel bos- als natuurbeheer gezien, maar bosbeheer interesseert mij het meest.” Dat laatste was voor ondergetekende niet echt een verrassing 😉.

Veel succes nog, Michiel, met het verzorgen van die bomen en het inspireren van je leerlingen. Graag tot een volgende keer!