Telemonitoring in de perinatale zorg

Kan telemonitoring zwangere vrouwen beter ondersteunen zonder extra ziekenhuisbezoeken? Dit project onderzoekt hoe digitale opvolging tijdens de zwangerschap haalbaar, aanvaardbaar en duurzaam kan worden geĆÆntegreerd in de perinatale zorg. Daarbij staat telemonitoring van moeder en kind centraal, met aandacht voor zowel de ervaringen van zwangere vrouwen als de impact op zorgverleners en zorgorganisaties.

Telemonitoring in de perinatale zorg
Looptijd
/
Financiering
RBV GZHZ
Samenvatting
  • Wat?

    Onderzoek naar de haalbaarheid en duurzame implementatie van telemonitoring tijdens de zwangerschap, met CTG-thuismonitoring als concrete toepassing.

  • Hoe?

    Via literatuuronderzoek, gesprekken met zwangere vrouwen en zorgverleners, en een pilootstudie waarin een implementatiemodel wordt ontwikkeld en getest.

  • Voor wie?

    Voor zwangere vrouwen, zorgverleners, ziekenhuizen, eerstelijnsactoren en opleidingen binnen de gezondheidszorg.

Over het project

De eerste 1.000 dagen, van conceptie tot de eerste levensjaren van een kind, zijn cruciaal voor de gezondheid en ontwikkeling op lange termijn. Een goede zwangerschapszorg speelt daarin een belangrijke rol. Tegelijk staat de gezondheidszorg voor uitdagingen zoals een groeiende zorgvraag, personeelstekorten en de behoefte aan meer patiƫntgerichte zorg. Telemonitoring kan hiervoor een deel van de oplossing bieden.

Bij telemonitoring worden gezondheidsgegevens van patiƫnten op afstand opgevolgd via digitale technologie. Voor zwangere vrouwen kan dit betekenen dat bepaalde controles thuis gebeuren, terwijl zorgverleners de resultaten vanop afstand opvolgen. Internationale studies tonen aan dat deze aanpak veilig kan zijn, het aantal ziekenhuisbezoeken kan verminderen en vaak leidt tot een hogere tevredenheid bij patiƫnten.

Waarom dit onderzoek?

Hoewel telemonitoring steeds meer wordt toegepast, blijkt de invoering in de praktijk niet vanzelfsprekend. Organisatie van zorgprocessen, vertrouwen in technologie, opleiding van zorgverleners en samenwerking tussen verschillende zorgactoren spelen allemaal een belangrijke rol.

AZ Sint-Blasius implementeerde recent telemonitoring voor cardiotocografie (CTG), waarbij de hartslag van de baby en de baarmoederactiviteit thuis kunnen worden opgevolgd. De eerste ervaringen zijn positief, maar er blijven vragen bestaan over de optimale organisatie, het vertrouwen in de technologie en de mogelijkheden om deze aanpak duurzaam op te schalen.

Dit onderzoeksproject verschuift daarom de focus van de vraag of telemonitoring werkt naar de vraag hoe telemonitoring succesvol kan worden geĆÆntegreerd in de dagelijkse zorgpraktijk. 

Doelstellingen

Het project onderzoekt hoe telemonitoring op een haalbare, aanvaardbare en duurzame manier kan worden ingezet binnen de perinatale zorg. Daarbij wordt CTG-thuismonitoring gebruikt als concrete toepassing, maar worden de lessen ook breder bekeken voor andere vormen van telemonitoring, zoals de opvolging van bloeddruk of zwangerschapsdiabetes.

Concreet wil het onderzoek:

  • bestaande kennis en goede voorbeelden rond telemonitoring in kaart brengen;
  • inzicht krijgen in de ervaringen van zwangere vrouwen en zorgverleners;
  • drempels en succesfactoren voor implementatie identificeren;
  • de impact op zorgprocessen en samenwerking onderzoeken;
  • een praktisch implementatiemodel ontwikkelen en testen. 

Aanpak

Het onderzoek bestaat uit verschillende fasen:

Evidentie en goede praktijken

Eerst wordt internationale wetenschappelijke literatuur bestudeerd en worden bestaande voorbeelden van telemonitoring geanalyseerd. Zo ontstaat een overzicht van succesvolle werkwijzen en belangrijke implementatiefactoren.

Ervaringen in de praktijk

Vervolgens worden zwangere vrouwen, vroedvrouwen, gynaecologen en andere zorgverleners bevraagd over hun ervaringen, verwachtingen en bezorgdheden rond telemonitoring. Daarbij wordt onderzocht welke factoren het gebruik stimuleren of net bemoeilijken.

Pilootstudie

Op basis van de resultaten wordt een implementatiemodel ontwikkeld en getest in een pilootstudie. Daarbij wordt nagegaan hoe telemonitoring kan worden ingebed in de bestaande zorgverlening, welke impact dit heeft op werkprocessen en welke voorwaarden nodig zijn voor verdere uitrol.

Voor wie?

Dit project richt zich op:

  • zwangere vrouwen en hun gezin;
  • vroedvrouwen, gynaecologen en andere zorgverleners;
  • ziekenhuizen en eerstelijnszorgorganisaties;
  • beleidsmakers en organisaties die inzetten op digitale zorginnovatie;
  • studenten en opleidingen binnen vroedkunde en verpleegkunde

Impact

Het project wil bijdragen aan meer toegankelijke, patiƫntgerichte en duurzame zwangerschapszorg. Door inzicht te bieden in de praktische invoering van telemonitoring helpt het zorgorganisaties om innovatieve technologie op een verantwoorde manier te integreren in hun dagelijkse werking.

De resultaten worden vertaald naar een haalbaarheidsstudie, een praktisch draaiboek voor zorgorganisaties, wetenschappelijke publicaties en vormingsmateriaal voor onderwijs en werkveld. Zo ontstaat een brede kennisbasis voor de verdere ontwikkeling van digitale zorg in Vlaanderen.