Het ABC van het hoger onderwijs
Een academiejaar in plaats van een schooljaar. Bachelors, masters en graduaten. Opleidingsonderdelen en studiepunten. Welkom in de nieuwe wondere wereld van het hoger onderwijs! Maar hoe geraak je daar allemaal wijs uit? We zetten alles even op een rijtje.
Een academiejaar start in de tweede helft van september. In januari en juni heb je examens (behalve voor graduaten en sommige bachelors, daar is het vaker). Als je niet slaagt voor alle examens in de eerste zittijd, kun je āin tweede zitā herexamens afleggen. Het schooljaar uit je middelbareschooltijd is dus verleden tijd, nu spreken we over opleidingsfases.
Vergeet de āvakkenā uit het secundair onderwijs, vanaf nu spreek je over opleidingsonderdelen of gewoon OPOās.
Een studiepunt geeft de werklast voor een opleidingsonderdeel aan en slaat op de totale tijd die je met een vak of de opleiding in het geheel bezig zal zijn. EƩn studiepunt staat voor 25 tot 30 uur werktijd voor een opleidingsonderdeel en omvat ook de lestijd, je voorbereidingen, je practica enz. Zo telt een volledige bacheloropleiding 180 studiepunten. Als je dat even narekent, merk je dat dat normaal gezien uitkomt op drie academiejaren.
Staat voor individueel studieprogramma ā een groot verschil met het secundair onderwijs. Zo kun je bijvoorbeeld al aan je tweede jaar ā of beter: tweede opleidingsfase ā hoger onderwijs bezig zijn maar ook nog vakken of opleidingsonderdelen uit je eerste jaar meenemen. Dat kun je wel niet onbeperkt doen, natuurlijk: na twee jaar moet je al je vakken uit de eerste fase hebben afgewerkt.
Er bestaan professionele bacheloropleidingen (die je aan de hogeschool volgt) en academische bacheloropleidingen (die je aan de universiteit volgt). De kunstopleidingen ā op professioneel of academisch niveau ā volg je aan een School of Arts. Een professionele bachelor is gericht op de beroepspraktijk. Je leert er de algemene en specifieke vaardigheden, kennis en competenties die nodig zijn voor een bepaald beroep, bijvoorbeeld leraar. Je kunt na een professionele bachelor meteen aan het werk, maar je kunt ook verder studeren. Een academische bachelor is een theoretische en wetenschappelijke opleiding die je voorbereidt op een masteropleiding.
Graduaatsopleidingen zijn heel praktische opleidingen die je voorbereiden op een specifiek beroep. Je behaalt een graduaatsdiploma normaal in twee jaar tijd. Je volgt les aan een hogeschool of een secundaire school voor Verpleegkunde (de vroegere HBO5 Verpleegkunde, nu graduaat Basisverpleegkunde).
Een masteropleiding volg je aan de universiteit of de School of Arts (voor kunstopleidingen). Hier ligt de nadruk op gevorderde wetenschappelijke of artistieke kennis en competenties. Na een academische masteropleiding kun je aan het werk, kun je nog verder studeren of kun je doctoreren.