Gepubliceerd op 16-06-2026

Onderzoeker in de kijker: Helena Taelman werkt aan gelijke taalkansen voor kleuters

Steeds meer kleuters starten zonder Nederlands als eerste taal. Die meertaligheid creëert kansen, maar alle begin is moeilijk. Hoewel ze zelf nog weinig of geen Nederlands spreken, verwerken hun hersenen wel actief alles wat ze horen. Net daarom is het cruciaal dat er tijdens deze “stille periode” veel met hen gesproken wordt. Met haar onderzoek wil Helena Taelman kinderverzorgers en kleuterleerkrachten bewustmaken, opleiden en ondersteunen, zodat elk kind zich optimaal kan ontwikkelen in de kleuterklas.

Helena (copyright Klasse/Yuri Andries)

Voorbestemd voor taal

Helena werd van jongs af aan geboeid door twee vakken – taal en wiskunde. Haar pad had dus evengoed de andere richting kunnen uitgaan, maar een liefde voor literatuur lokte haar toch naar taalstudies. Of misschien stond het in de sterren geschreven, met de naam Taelman. Om ook haar meer technische aanleg erbij te betrekken, kwam ze terecht bij het onderwerp vroege taalverwerving. Daar doet ze sindsdien onderzoek naar, eerst bij universiteiten, en sinds 2009 bij ons aan Odisee. 

Ondersteuning voor leerkrachten

Het onderzoek van Helena richt zich de laatste jaren vooral op taalwerving bij kleuters. In het project TACOS krijgen leerkrachten een training om hun taalstimulerende competenties te kunnen ontwikkelen. Zes onderzoekers brengen de effecten daarvan in kaart. Een samenwerking met twee universiteiten en een andere hogeschool waar Helena trots op is. In haar onderzoek Taalactief in de stille periode bouwt ze aan digitale ondersteuning en opleidingen voor kleuterleerkrachten, rond jonge startende meertaalleerders. Deze kinderen krijgen vaak te weinig interactie en gerichte steun, waar dit project verandering in wil brengen.

Vanuit een maatschappelijke nood

Als Helena haar werk aan de universiteit en de hogeschool vergelijkt, is het verschil duidelijk: hoewel academische studie absoluut zijn nut heeft in het bouwen van theoretisch inzicht, voelt ze dat haar praktijkgericht onderzoek een onmiddellijke impact heeft op de wereld. Dat werkt enorm motiverend. In al haar werk vertrekt ze vanuit een reële nood bij kinderen en hun leerkrachten – zoals ongelijke kansen voor anderstalige kleuters of een gebrek aan professionalisering voor onderwijzers. 

Internationale inspiratie

Helena benadrukt het belang van over de landgrenzen heen te kijken. Je hoeft niet telkens opnieuw iets uit te vinden, je kan enorm veel leren uit hoe anderen het aanpakken, en dat vertalen naar de eigen context. Ze leest daarom veel literatuur uit het buitenland. En taal houdt haar (natuurlijk) niet tegen: zo bestelde ze ooit een handboek uit Denemarken, om deze pagina voor pagina in te scannen en te vertalen. 

Expertisecentrum TOP Groepsfoto 22 mei 2026_versie2

Een TOP-team

Naast zelf onderzoek te doen is Helena mede-coördinator van het recent herdoopte Expertisecentrum Taal- en Onderwijspraktijk (TOP), de vroegere Taalbouwers. Ze is trots op haar complementaire team van linguïsten, logopedisten en pedagogen, die elk een passie delen om een verschil te maken voor leerlingen en onderwijzers, maar ieder met hun unieke bril een vraagstuk benaderen. TOP wil nu nog meer inzetten op de vertaling van hun inzichten naar het werkveld, om theorie om te zetten in praktijk. 

Onderzoek als ontdekkingsreis

Op de vragen wat ze het leukste en het lastigste vindt aan onderzoek, geeft ze hetzelfde antwoord: het is ontzettend spannend! Als wetenschapper vertrek je vanuit een onwetendheid en ga je op zoek naar antwoorden. Dat maakt het werk een avontuur en dat geeft voldoening. Tegelijk brengt het onzekerheid mee: soms levert onderzoek weinig op, en wat in theorie of in een andere context werkt, blijkt niet altijd toepasbaar bij ons. Haar advies voor startende onderzoekers? Begin klein, bestudeer de beginsituatie grondig, praat met mensen en kijk ook buiten België. Met haar eigen werk wil Helena vooral één ding bereiken: dat elk kind, ongeacht taalachtergrond, een eerlijke start krijgt. 

Interview afgenomen door coördinator Wetenschapscommunicatie Lucas Mergan

Laatst aangepast door Hanne Van Daele op 16/06/2026
Aangemaakt door Lucas Mergan op 16/06/2026